Verkenning Ecologische Maatregelen Markerkeer  

Verkenning Ecologische maatregelen Markermeer.pngwoensdag 17 mei 2017

Nadat minister Schultz van Haegen (I&M) in oktober 2016 besloot om de planuitwerking van het project “Luwtemaatregelen Hoornse Hop” te stoppen, is afgesproken dat de financierende partijen (het Rijk en de provincies Flevoland en  Noord-Holland) de budgetten voorlopig gereserveerd houden voor alternatieve ecologische maatregelen in het Markermeer.  Ook de voorwaarden voor inzet van deze budgetten, met een totale omvang van 15 miljoen euro, zijn onveranderd.

Het uitgangspunt is dat een alternatieve maatregel bijdraagt aan de doelen van een Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) in het Markermeer-IJmeer en de Kaderrichtlijn Water (KRW) en tevens mogelijkheden bied voor extensief recreatief medegebruik, zonder de natuurdoelen te schaden.

Start
In overleg met de Stuurgroep Markermeer IJmeer (SMIJ) en in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is  Rijkswaterstaat in november 2016 gestart met de  verkenning van de Ecologische Maatregelen Markermeer. Doel van de verkenning is om in 2017 een besluit te nemen over één of meerdere kansrijke voorkeursmaatregelen. 

Analyse en inventarisatie
De basis van de verkenning is de  analyse van het ecologische systeem van het Markermeer-IJmeer waarbij in kaart is gebracht welke TBES-doelen wel al bereikt zijn en welke een extra zetje nodig hebben. Daarnaast is een inventarisatie gemaakt van lopende projecten in het Markermeer. Waar zijn aansluitingsmogelijkheden vanuit lopende projecten en in hoeverre levert het combineren van  een nieuwe maatregel in die projecten een meerwaarde op voor bijvoorbeeld de natuur of kosten.

Reikwijdte verkenning
Het SMIJ heeft de reikwijdte voor de verkennende maatregelen vastgelegd:

ten eerste moet de fysieke maatregel een bijdrage leveren aan minimaal één van de drie TBES-systeemdoelen ‘ondieptes met helder water’, ‘land-waterovergangen’ en ‘verbindingen met andere natuurgebieden’. Ten tweede is geconstateerd dat het centrale deel van het Markermeer binnen het budget geen kansrijke mogelijkheden biedt voor een natuurmaatregel van deze omvang. Het is er te diep en het biedt geen aansluitmogelijkheden op bestaande projecten. Daarnaast heeft een ingreep centraal in het Markermeer ook geen functie in het verbinden van gebieden. Dat betekent dat een maatregel aan of in de randen van het Markermeer-IJmeer de voorkeur heeft. 

KRW-maatregel naar Trintelzand
Op 30 maart 2017 heeft Rijkswaterstaat een besluit genomen om één van de KRW-opgaven voor het Markermeer te koppelen aan het project Versterking Houtribdijk. Hierdoor kan ongeveer 180 ha luwte, ondiepte en land-water overgangen worden aangelegd in het gebied langs de Houtribdijk nabij Trintelhaven, om het leefgebied voor vogels, vissen, onderwaterdieren en planten te versterken. De SMIJ is akkoord gegaan met deze keuze. Op dit moment wordt  het ontwerp van Trintelzand met partners verder uitgewerkt en kan de uitvoering van het project al dit jaar plaatsvinden. Realisatie van deze KRW-maatregel voor 2021 is hiermee gewaarborgd.

Uitwerken mogelijkheden natuurmaatregel in vier zoekgebieden
Voor de inzet van het resterende budget voor een ecologische maatregel met recreatief medegebruik heeft de SMIJ vier zoekgebieden benoemd: Uitdam-Schellinkhout (A), Enkhuizen-Trintelhaven (C), Trintelhaven-Lelystad (D) en Oostvaardersplassen-Lepelaarplassen (F). Deze gebieden lijken het meest kansrijk om ecologische maatregelen te ontwikkelen, vanwege een gunstige ligging, schaalgrootte  en de meekoppelkansen met andere projecten. Hieronder treft u per deelgebied een korte toelichting aan op de keuze voor deze vier zoekgebieden. Op het bijgevoegde kaartje is de ligging van deze deelgebieden aangegeven.

Uitdam-Schellinkhout (A)
Het gebied globaal gedefinieerd als Uitdam-Schellinkhout biedt mogelijkheden om aan te haken op de versterking van de Markermeerdijken. Het plan is in voorbereiding voor realisatie en procedures worden doorlopen. Kansen zijn er vooral in het maken van verbindingen met het achterland in de vorm van zogenaamde ‘achteroevers’, natte gebieden achter de dijk met waarde als broed-, rust en foerageergebied voor vogels die gebruik maken van het Markermeer. De verwachting is dat er voor land/waterovergangen, ondiepe zones en zichtbare luwtemaatregelen in het Markermeer geen draagvlak is in verband met zicht en recreatief gebruik.

Enkhuizen-Trintelhaven (C)
Een  extra maatregel  in dit gebied bovenop de hiervoor genoemde KRW maatregel, zou  een verdere uitbreiding van ondiep/luw gebied met land- waterovergangen in een dynamisch zandig milieu met relatief helder water kunnen opleveren. 

Trintelhaven-Lelystad (D)
In dit zoekgebied zijn er kansen om aan te haken bij de realisatie van de Marker Wadden, met ondiep/luw gebied en land-waterovergangen. De omvang van het totale natuurgebied neemt daarmee toe. De recreatieve medegebruiksmogelijkheden zijn een aandachtspunt. De Marker Wadden worden op dit moment aangelegd. Er liggen schetsen klaar voor een eventuele uitbreiding.

Ook staat al een aannemer klaar die de maatregel naar verwachting in 2018-2019 kan realiseren. Er is nu geen behoefte aan een nieuw plan. De bestaande schetsen worden wel meegenomen in de totaalbeoordeling van de gebieden in het bereiken van de TBES-doelen.

Oostvaardersplassen-Lepelaarplassen (F)
Ter hoogte van de Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen zijn er kansen om een verbinding (vis, water/nutriënten, landschappelijk) te creëren tussen het Markermeer en het achterland, de Oostvaardersplassen en/of de Lepelaarplassen. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan het TBES-systeemdoel ‘Verbindingen’ en biedt het wellicht de mogelijkheid deze moerasgebieden te koppelen aan het ecologische systeem van het Markermeer-IJmeer. Aangehaakt kan worden op de uitwerkingen van de provincie Flevoland (met de natuurbeheerders), waarvoor zij LIFE-IP-subsidie ontvangt. Hierbij is de mogelijkheid om dit te koppelen met de in TBES genoemde vooroever Lepelaarplassen.

Hoe verder?
Het komende half jaar worden de mogelijkheden voor deze vier zoekgebieden verder onderzocht. Voor de zoekgebieden A, C en F vindt een uitwerking plaats van een ecologische maatregel met een beoordeling van de (ecologische) effectiviteit en haalbaarheid. Bij de beoordeling van de haalbaarheid gaat het niet alleen om financiën en natuurrendement, maar ook criteria als draagvlak, bestaand gebruik, timing en dergelijke. Daarbij worden kansen en mogelijke knelpunten en randvoorwaarden inzichtelijk gemaakt.

De ervaring bij Marker Wadden en Trintelzand leert dat meekoppelen met grotere projecten tot aanzienlijke efficiencywinst kan leiden. Daarmee zal in de besluitvorming ook rekening gehouden worden.

In de zomerperiode gaat Rijkswaterstaat met de gebiedspartijen in overleg om gebiedskeuzes en maatregelen te bespreken. Eind september zal de SMIJ een besluit nemen over één (of meerdere) voorkeurslocatie(s) en voorkeursmaatregel(en). 

Heeft u vragen, opmerkingen of suggesties? 
Stuur een e-mail naar

Thijs Schuhmacher

(Omgevingsmanager)

thijs.schuhmacher@rws.nl

06-504 698 69

« Terug

Archief > 2017 > mei